Wanneer je als organisatie/persoon in bezit bent van een keurmerk of persoonscertificering, dan kun je aantoonbaar maken dat jouw product/diensten voldoen aan bepaalde kwaliteitsstandaarden. In sommige gevallen gaat dat ook gepaard met voldoen aan bepaalde wet- en regelgeving.
Door kwaliteit, veiligheid, milieu- en duurzaamheid of andere thema’s te borgen in de vorm van een keurmerk of certificering en die ook te eisen van leveranciers, kunnen organisaties ook verantwoordelijkheden afbakenen. Als een leverancier werkt middels een bepaalde certificering, dan mag je er als opdrachtgever vanuit gaan dat zij bepaalde eisen stellen of maatregelen nemen. Jij als opdrachtgever bent daar zelf dan niet aansprakelijk voor. Denk bijvoorbeeld aan veiligheid. Als je voor een leverancier kiest met een VCA-certificaat, dan mag je er vanuit gaan dat zij veiligheidsmaatregelen treffen. Gebeurt dat niet en er vindt een incident plaats, dan is de leverancier zelf verantwoordelijk voor dat ongeval.
Wanneer je als brancheorganisatie of groep bedrijven een keurmerk of persoonscertificering optuigt, laat je zien dat je gezamenlijk wilt nastreven dat er binnen het vakgebied aan bepaalde minimale kwalificaties wordt voldaan op gebied van bijvoorbeeld kwaliteit, veiligheid, duurzaamheid. Dat zijn dan dus eisen die je als branche zelf, gezamenlijk, stelt en waar je dus ook echt aan wilt voldoen. Wanneer er bedrijven of personen zijn die zich niet aan de eisen van het keurmerk houden of er niet naar handelen, worden zij daar door de andere keurmerk-leden op aangesproken en/of kunnen ze zelfs het keurmerk verliezen. Evenals wanneer ze niet voldoen aan de periodieke audits en certificeringseisen. Er is dus een bepaalde sociale en administratieve controle ingebouwd, die borgt dat de naam van de branche hoog wordt gehouden. De branche staat echt voor dat keurmerk/die certificering en wil de branche daarmee professionaliseren.