Begrippen als professioneel, betrouwbaar, deskundig en klantgericht passen goed bij de ambitie van veel keurmerken. Maar hoe bepaal je objectief of een organisatie hier daadwerkelijk aan voldoet? Een keurmerkeis krijgt pas echt waarde wanneer duidelijk is wat er wordt verwacht én hoe dat wordt beoordeeld.
Daarom moet tijdens de ontwikkeling al worden nagedacht over de toetsing. Wie gaat beoordelen? Welke bewijslast is nodig? Hoe vaak vindt een beoordeling plaats? En wat gebeurt er wanneer een deelnemer niet aan een eis voldoet? Bijvoorbeeld:
Te algemeen:
“De organisatie werkt klantgericht.”
Concreter en toetsbaar:
“De organisatie heeft een vastgelegde klachtenprocedure en registreert en evalueert ontvangen klachten.”
Door eisen vanaf het begin te koppelen aan de manier waarop ze worden getoetst, voorkom je later discussies en interpretatieverschillen. Bovendien versterkt objectieve toetsing de betrouwbaarheid van het keurmerk.