De eerste stap is wellicht al de belangrijkste. Je moet namelijk goed nadenken over vragen als: “Waarom een keurmerk opzetten?” en “Wat voor keurmerk moet ik hebben?”. Meestal is het antwoord op de eerste vraag iets in de trant van “Zorgen dat kwaliteit gewaarborgd blijft in mijn branche” of “Zorgen dat ik op een positieve manier onderscheidend kan zijn binnen mijn branche”. Mocht dit het geval zijn, onderzoek dan eerst of er geen andere keurmerken in jouw branche zijn. Vraag jezelf indien eens af of nog een keurmerk wel toegevoegde waarde heeft. Misschien voorziet het bestaande keurmerk wel al in behoefte. Maar het kan ook zijn dat het bestaande keurmerk te breed is en dat jouw keurmerk dan op een net wat specifieker aspect van de branche aansluit.
Het is ook goed om je te bedenken wat voor soort keurmerk je wilt. Er bestaat grofweg een onderscheid tussen twee soorten keurmerken, namelijk een organisatiekeurmerk (bedrijfscertificering) en een persoonscertificering. In het geval van een organisatiekeurmerk is het zo dat een organisatie breed aspect van een bepaalde kwaliteit moet zijn. Het kan dan gaan om bijvoorbeeld een bepaalde manier van produceren, leidinggeven of de manier van dienstverlening. In het geval van een persoonscertificering, is het doel om aan te tonen dat jij of jouw werknemers individueel een handeling kwalitatief goed uit voeren. Hiervoor krijg je als organisatie dus geen certificaat of diploma maar de werknemers wel. Het heeft als bedrijf natuurlijk wel voordelen als jouw werknemers volgens bepaalde standaarden werken, zowel intrinsiek als commercieel.